Een doordeweekse avond, dinsdag.  Augustus. De emigranten hebben het land in bezit genomen. Hele gezinnen uit Luxemburg, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en de VS zijn een maand hier om hun familie te bezoeken. Te eten als toen, te zíjn als toen met de verworvenheden van nu – op de tast naar het ouderwetse Portugal dat ze twintig jaar daarvoor achterlieten. De eerder rustige wegen worden nu beracet door luxe BMW´s  en Mercedessen die toeteren. Seinen met hun lichten. Te snel invoegen. Bijna de bocht uit vliegen bij de afrit. Andere Portugezen zijn het geworden, deze ´in betweens´. Niet langer tevreden met weinig. Trots op hun bezit. Ongeduldig, tijd is geld – geworden.

De maand van de bosbranden,  er is al zo´n 18.000 hectare verloren gegaan. Vrijwel elke dag gemiddeld 50 bosbranden. De bergen soms dagenlang onzichtbaar achter een rookgordijn.  De adem in bij brandalarm. Helikopters gemeengoed deze maand. De dappere brandweerlieden werken letterlijk dag en nacht non-stop totdat ze niet meer op hun benen kunnen staan.

Dinsdagavond dus. Geen tijd gehad om te koken dus óp naar het cafeetje in het dorp. Het dorp is klein, zo´n duizend inwoners, maar in het rijke bezit van drie prima eetgelegenheden. Het gerenommeerde restaurant waar van heinde en verre rijke Portugezen authentiek Portugees komen eten in een donkere zaal met grote tonnen in de hoek en daarboven een televisie aan elke muur. Als het een Portugees echtpaar is dan zitten ze steevast zwijgend hun bonen met vlees, bacalhau of varkenspoot te verorberen, de blik televisiewaarts, hij kijkt naar de ene, zij naar de andere.

Iets daarvoor het grote café annex bakkerij annex restaurant op de hoek.  Waar kinderen achter de heg in het water springen en het terras, de zalen en de toog bevolkt worden door mensen die van drinken houden. Deze maand stappen daar de emigranten druk pratend langs om er in grote getale hun almoço te genieten.

En verderop is het cafeetje. Onooglijk klein en dan kent het toch vijf zalen en een keuken en een buitenterras. En een kleine speeltuin met een oude wip. Waar de kleintjes als ze iets te hard schommelen, met hun voeten in je bord soep belanden.  Waar ze minder validen aan het werk zetten, ook al kost dat extra energie. Waar we altijd hartelijk begroet worden ook al is het steevast druk. Waar ze soms je bord eten al weghalen terwijl je nog zit te eten. En waar het eten vaak verrassend goed is en soms anders. Kip met curry bijvoorbeeld. Bacalhau met pickles. Makreeltjes van de barbecue.

Nadat in juli de vliegen heer en meester waren over het terras, is het nu goed toeven buiten. Dat vinden wij niet alleen, zo zien we bij aankomst, dat vinden zeker zestig mensen met ons. Twintig Duitse Portugezen aan een lange tafel. Wachtend. Zingend. Ook de andere tafeltjes zijn bezet en binnen is er zelfs geen stoel meer vrij.

Een paar uur later hebben we gegeten, heerlijk ook. Eerder werd er volop geklaagd door de Franse Portugezen naast ons – het wachten verleerd. Het is bijna middernacht, er zijn al veel mensen vertrokken. Uit de keuken doemt een witte verschijning op onder de sterrenhemel. Iel, koksmuts op, staartje piept er net onder vandaan, bril, witte schort en broek. Tafeltje na tafeltje gaat ze langs. Ze heeft er al minstens 14 uur werken op zitten – voor de almoço moet je inmiddels reserveren anders lukt het niet. Sorry, sorry, herhaalt ze steeds, dat het zo lang heeft moeten duren vanavond. Ze kon er echt niet veel aan doen, het was zo onverwacht druk.  Onze complimenten en geruststelling bereiken haar niet. Het eten was heerlijk! Geen enkel punt, het was duidelijk heel druk! Zo heerlijk buiten zitten wachten is bepaald geen straf! Sorry, zegt ze opnieuw. Met een gegeneerde glimlach gaat ze in het donker óp naar de volgende tafel waar ze schaamtevol en persoonlijk haar excuses maakt. Nog een tafeltje of twaalf te gaan.