Je realiseert je als je in een ander land gaat wonen, natuurlijk heel goed dat er verschillen zijn. Maar die te ervaren – dat is toch weer andere koek. Neem bijvoorbeeld het kopen van iets in een winkel. De vertaling alleen al. Het gesprek. De gewoonten. De serviceafspraken. Onderhandeling. De namen van de accessoires.

Een voorbeeld uit de praktijk ter illustratie. Om de taalbrug in moeilijke kwesties te slaan, zoals in dit geval de prijzige aanschaf van een ´roçadeira´, een bosmaaier, nam ik versterking mee. Om de antwoorden op al mijn vragen te vertalen, en mijn vragen trouwens ook.

Op internet had ik al wat voorkennis opgedaan, maar mijn honger naar evenwichtige besluitvorming op basis van goede informatie is niet verminderd sinds ik op een heuvel woon in Portugal met bos rondom. Dit zou dus wel even kunnen duren had ik mijn gezelschap al gewaarschuwd. Misschien trouwens ook niet – bij aankomst leek de zaak gesloten te zijn. Er brandde geen licht en er was een luik dicht. Er hing geen informatie voor het raam over de openingstijden, noch of de zaak open of gesloten was. We duwden zonder enige hoop tegen de deur en struikelden naar binnen.

Binnen: linksvoor drie bosmaaiers gehangen aan een driehoekige constructie die tegen het plafond was geschroefd.  Twee daarvan zagen er precies hetzelfde uit. Er stond geen informatie bij, er hingen ook geen bordjes boven. In de rechterhoek stonden vier brommers. In de vitrinekast die ook balie leek, brommerhelmen. De zaak stond bekend als dé bosmaaierzaak van de wijde omgeving. Rechtsachter in het donker toch nog een bosmaaier die hing onder een groot plakkaat ‘aro forte’. De stem van wat de ‘erg aardige mevrouw die daar de winkel runt’ moest zijn, richtte zich tot  een ander, per telefoon. De bijbehorende gestalte van de mevrouw in kwestie was niet te zien. Wel mijn vertwijfelde gezicht evenals dat van mijn gezelschap, in de drie spiegelwanden.

Wachten. De kunst die je wel moet leren als je hier komt wonen. Tien minuten. Nog steeds aan het bellen. Een kwartier later verscheen ze. Een gezette mevrouw, vriendelijk ogend en een jaar of vijftig, met kort haar en dikke lippen. Ze herkende mijn gezelschap. Van die bosmaaier toen, die Husqvarna. Alles goed? Er kwam een jonge vrouw binnen. Die kreeg onmiddellijk de aandacht en dus stonden we weer te wachten. Het weinige dat er was was inmiddels al driemaal bekeken en betast. Geduld dus maar weer. Daar was de aandacht van de aardige mevrouw weer, wat we wilden? Daar gingen we. Een bosmaaier.  Stilte. Hoeveel merken heeft u? Drie. Welke zijn dat? Husqvarna, Kawasaki en Aro Forte. Wat zijn de verschillen tussen deze drie merken? De verschillen?! Ze ging bellen. Haar man stond haar te woord, reparateur van de machines die ze verkochten en meer. Hij hield werkdomicilie langs de autoweg een kilometer of tien verderop. De verschillen: het zijn drie verschillende merken. Goed, dank. In de praktijk zullen er meer verschillen zijn? Nee, die waren er niet. Goed, heeft u dan misschien wat meer informatie over de technische specificaties van de bosmaaiers die u hier heeft? Ze verdween naar achter en gooide een beduimelde catalogus voor zich waarin werd opgezocht wat de specificaties waren van de Husqvarna. Ondertussen wist ze nog wel wat te melden, ze had de 43 en vroeger ook de 47 gehad van de Husqvarna. Tegenwoordig had ze de 45 en de 47 van de Husqvarna. Wat wilden we nog meer weten? Welk merk robuuster was en minder vaak ter reparatie kwam? Daar belde ze haar man weer. Heen en weer gepraat. Hadden we zelf een voorkeur? De Husqvarna misschien opperden we. Onbekend maakt onbemind immers. Inderdaad, net wat we zeiden, de Husqvarna kwam minder vaak terug voor reparatie, zei haar man en vond ze zelf ook, al had ze daar geen zicht op.  Stilte. Wat nu. De rotaties per minuut, zaten daarin misschien verschillen per merk dan maar? Een andere catalogus werd gehaald. Die lag ergens verstopt. Geschuifel met een trapje. Een kwartier verstreek. Ondertussen had ik kans de catalogus van de Husqvarna te raadplegen. Er stonden geen plaatjes in en alleen maar cijfers. In elke kolom stonden artikelnummers onder een tweecijferig getal. Geen informatie over de literinhoud, het vermogen, de rpm enzovoorts. Daar was ze. Ja, van de Kawasaki wist ze te melden dat die 7.500 rotaties per minuut had. Ok, dat zegt wel iets. De Husqvarna? Daar belde ze al. Weer even  later, we waren inmiddels zo´n anderhalf uur bezig, dacht haar man dat de Husqvarna vast wel wat meer rotaties per minuut had. Wouden we nog meer weten?  Garantie en prijs werden duidelijk met opnieuw twee telefoontjes naar haar man. Twee uur later was het, het begon al aardig donker te worden. Ze keek als steeds even opgewekt, de winkelmevrouw. Klaar voor de volgende vraag. De Husqvarna dan maar, zuchtte ik – omdat ik echt een bosmaaier nodig had en de winkelprocedure elders niet veel zou afwijken. Doe dan maar die, eh, die 45. Later thuis bleek de Husqvarna onder fora schrijvers een prima machine met puike prestaties. Ergonomisch de beste, zo viel er te lezen. Nieuw start-stopsysteem. Een innovatieve verbranding. En in Nederland heel wat duurder.  Een onvermoede goede koop die zich de uren daarvoor niet had laten raden.