´Estás constipada frequentemente?´ vraagt onze professora Carla me in de taalles. Altijd weer even schrikken als je de beurt krijgt, al krijgen we dat de hele dag door. Maar dan met zo´n vraag?! Cultuurverschillen, flitst door mijn hoofd.  Of ik vaak consitpatie heb – waar of niet – is voor de meeste volkeren nou niet meteen een onderwerp waar je het openlijk over hebt, temidden van veertien andere, veel jongere, medestudenten. Voordat ik antwoord kan geven port buurvrouw M. me in mijn zij en sist dat ´constipado´ verkouden betekent in het Portugees.

Boeiende weken, deze laatste. Als eerder beschreven in ´Português´ zijn we weer even student,  M. en ik. In Coimbra. Aan de letterenfaculteit. Om Portugees te leren spreken. Waar ik voorheen tevreden was met mijn vlot geproduceerd eigen fabrikaat in conversatie, blijkt het inmiddels een godswonder dat ooit ook maar iemand deze aaneengeplakte woorden die ik aanzag voor ´Portugees´ welwillend en zelfs begripvol heeft aangehoord. En dus zitten we elke dag braaf urenlang op de houten schoolbankjes. Gedreven door de wens ons verstaanbaar te maken in ons nieuwe land en de nieuwe landgenoten te begrijpen, al ging dat laatste al langer beter dan het eerste. De meesten in onze klas student, buurvrouw M. en ik tezamen op de leeftijd van opgeteld bijna de helft van de klas. We leren zonder blikken of blozen het ene nieuwe woord na het andere. Spraken we voor vorige week nog hakkelend en op basis van een handvol onvervoegde werkwoorden, nu zoeven er dagelijks vele tientallen nieuwe woorden door ons cerebraal systeem en bezigen we plots in allerlei tijden vervoegde werkwoorden.

´Matilda, hij heeft ….´ begint Yasmine uit Macau de volgende oefening. Over cultuurverschillen gesproken. Even later leest Italiaanse Ducho een oefening voor en bezigt  zijn normale uitspraak ´Mijnhere Duarte heefte zovele koffiese gedronkene´. Dan vergaat het landgenote Georgia heel wat beter, die spreekt sinds een paar dagen ineens heel behoorlijk. Engelse Holly, moeder van twee jonge kinderen en piloot op weg naar humanitaire hulpverlening in Mocambique, lijkt wakker te schrikken van de volgende vraag. Achter haar het bleke vriendelijke gezicht van Japanse Fukomi. Zij studeert Portugees vanwege haar enorme interesse in Portugeessprekende voetballers in Japan. Nog steeds onopgehelderd is of haar jarenlange studie Portugees aan de universiteit in Tokyo, die nu culmineert in een verblijf in Portugal zelf, beroepshalve is of niet.  En als professora Christine een goedbedoeld gezellig vragenrondje maakt om het woord ´pontapé de gramaticá´ (een denkbeeldige schop tegen de grammatica, een belediging voor de grammatica) te oefenen, geeft iedereen onmiddellijk toe dat de zowel hij-/zijzelf als uiteraard landgenoten evenzeer,  taalfouten maakt. Alleen in Japan gebeurt dat niet, als we Fukomi op haar woord zouden moeten geloven. Met jongeren uit allerlei landen in de klas, cultuurverschillen, leren, weer in de schoolbankjes en elke avond huiswerk – het zijn  interessante weken. Ótimo!