´Bem-vindo tudo, nós tentar distribuir os formulários para o teste …´ (Hartelijk welkom allemaal, we gaan nu de formulieren voor de test uitdelen…) Dat was geen vervelende ochtend, deze druilerige donderdagmorgen in Coimbra.

In het hart van de unieke eeuwenoude universiteitsstad staan de diverse faculteiten op de heuvel boven de Mondego. Waaronder ook de letterenfaculteit.

Alleen al daar rondlopen is een voorrecht. De trappen op en langs de beelden het gebouw naar binnen op zoek naar het ´amfitheater´is dan ook bepaald indrukwekkend. In de gangen veel jongeren, merendeels Aziatisch. Het promotiefilmpje van deze ´intensieve taalcursus Portugees voor buitenlanders´is niet voor niets louter in het Mandarijn op de webpagina te bewonderen. Daar tussendoor, bijna onzichtbaar, gaan ook wat ouderen schuil achter jonge drukpratende lijven. Mensen zoals ik, die op eigen houtje de taal bijeengeklungeld hebben maar het nu wat meer gedegen willen aanvliegen. Of mensen zoals M., die met een taalles van één uur per week wel centimeters maakt maar nog geen meters. Dat kan anders! Vonden zij en haar vriend, en later ook ik schoorvoetend. Weer naar school, drie weken lang. Terwijl het heel druk is met werk.

Een aantal gesprekjes met Portugezen haalden me over de streep.  Gesprekjes over ditjes en datjes met buren stokten waar het net leuk werd. Gesprekken over problemen met de waterpomp liepen juist goed. Telefoontjes die plots vloeiend gingen gaven me een euforisch gevoel. Taalbeheersing, kortom, is een cruciale vaardigheid die veel plezier geeft als het lukt en onvrede als het hapert. Tijd maken dus, en investeren in de verdere integratie.

Daar gingen we dan. De echte beginners moesten de zaal uit en mee met de leukste leerkrachten. Daar ging bijna de hele zaal. Ik bleef koppig zitten. Dat werd beloond met een opdracht: een email schrijven over je reis naar en verblijf in Coimbra. Die hanenpoten met een geleende pen, schrijven doe je tegenwoordig toch niet meer, werden geanalyseerd tijdens de pauze waarin je de regen in kon want het universiteitsjaar was nog niet begonnen en dus geen koffie voorhanden. Geen nood, ik wist nog wel een museum om de hoek met een leuk café-restaurant.

We werden terug besteld om 11.30 uur. En zowaar, waar de test slechts vijf minuutjes te laat begon, ongekend on-Portugees, werden ditmaal nog vóór 11.30 uur al namen omgeroepen. De mijne als één van de eersten. Er werd druk tegen me aan gepraat en daar werd ik een zaal in geloodst. Aan een tafel in de hoek, achter enorm veel paperassen waaronder ook mijn handgeschreven email, ging al een andere professora schuil. Converseren geblazen nu. De twee professoras stelden me allerlei vragen. Mijn motivatie om Portugees te leren. Wat mijn kijk was op Portugese produkten. Waar ik woonde en waarom en sinds wanneer. Welke plaatsen ik kende. Of ik, eerlijk zeggen, het Portugese eten lekkerder vond dan het Nederlandse – een strikvraag uiteraard, waarop ik zeker geen afwijzing van de cursus wilde riskeren, dat moest natuurlijk het Portugese zijn. Ze glommen. Ze gebruikten moeilijke woorden. Ik zweette me tien minuten een weggetje langs de Portugese taalklippen en mocht daarna weer buitenspelen, een indeling in een groep ´basis-twee´ rijker. En hoera, ondertussen alvast weer wat nieuwe woorden opgestoken van de dames, zoals ´cansativo´, vermoeiend. Dat zal vast snel ´habituar´, dat professionele leren daar.